Shutterstock 2354310557 (1)

Wat betekent de consolidatie binnen de GWW-markt voor uw bedrijf?

De Nederlandse inframarkt kent al jaren één duidelijke beweging: schaal wint. Wie de consolidatie van de afgelopen jaren heeft gevolgd, ziet grotere partijen die steeds meer terrein innemen en middelgrote aannemers die een keuze moeten maken. Niet over vijf jaar, maar nu. Vier structurele krachten verklaren waarom deze beweging versnelt en waarom ze de komende jaren niet zal afvlakken.

Pjotr van Deursen | Sectorspecialist Bouw & Vastgoed

Een vervangingsopgave van historische proporties 

 

Een groot deel van de Nederlandse civiele infrastructuur stamt uit de jaren zestig en zeventig. Wegen, riolering, funderingen en kabels naderen het einde van hun technische levensduur en de herstelrekening is enorm. TNO raamt de totale vernieuwingsopgave voor provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en waterschappen tot het jaar 2100 op circa 260 miljard euro. Dat bedrag loopt op van 1,1 miljard per jaar afgelopen 2021 naar 3,4 miljard per jaar in 2041-2050. 

 

De riolering illustreert hoe urgent dat is. Meer dan de helft van de rioolbuizen in Nederland is ouder dan 35 jaar. Stichting RIONED becijfert dat het huidige vervangingstempo op termijn moet verdubbelen om tijdig alle riolering te vernieuwen. Dat zijn geen abstracte prognoses, maar tenders die de komende jaren op de markt komen. De vraag is wie die opdrachten binnenhaalt. 

Schermafbeelding 2026 06 16 152414

Aanbesteden wordt een vak apart 

In 2025 vonden ruim 1.900 bouwaanbestedingen plaats. Een kwart tot dertig procent daarvan betreft GWW-projecten, met wegenbouw en riolering als grootste categorieën. De groei komt vrijwel volledig van gemeenten: vergeleken met 2017 steeg het aantal gemeentelijke GWW-aanbestedingen met 36%. 
 
Tegelijk worden de trajecten zwaarder. Plannen van aanpak, duurzaamheidsscores, risicoprofielen, referentieprojecten en meerdere vragenrondes vragen een administratieve en inhoudelijke capaciteit die veel zelfstandige middelgrote aannemers niet hebben. Projecten worden steeds minder onderhands gegund. En circa een derde van de GWW-aanbestedingen bestaat uit raamovereenkomsten voor langlopend onderhoud, precies het type stabiele, terugkerende inkomsten dat financiële investeerders aantrekkelijk vinden. 

Schermafbeelding 2026 06 16 152552

Emissieloos bouwen vraagt kapitaal dat niet iedereen heeft

 

Schoon en Emissieloos Bouwen is geen trend meer: het wordt beleid. Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf en ProRail trekken gezamenlijk op om de transitie naar zero-emissie materieel en bouwtransport te versnellen. Vier op de tien aannemers voerde in 2024 al (deels) emissievrije projecten uit. Meer dan de helft van de infra-aannemers beschikt over minimaal één zero-emissie machine. 

Maar de verdeling is allesbehalve gelijk. Grotere bedrijven beschikken vrijwel allemaal over emissieloos materieel.  Bij kleinere aannemers loopt de investeringsbereidheid sterk terug, gedreven door hoge aanschafkosten, onvoldoende vergoeding van opdrachtgevers en het gebrek aan laadinfrastructuur. Die kloof vergroot de strategische druk: wie de investeringen niet zelfstandig kan dragen, zal dat als onderdeel van een grotere organisatie wel kunnen. 

Personeel: het knelpunt dat niet vanzelf oplost 

De bouwsector vergrijst sneller dan de rest van de arbeidsmarkt. De groep van 55 tot 60 jaar is oververtegenwoordigd, terwijl de instroom van jonge medewerkers achterblijft. Op basis van de huidige pensioenleeftijd gaat circa een kwart van het personeel in de bouw in de komende twaalf jaar met pensioen. Fysiek zwaar werk en nachtwerk op het hoofdwegennet zullen leiden tot vervroegde uittreding, waardoor de werkelijke uitstroom nog hoger uitvalt. 

Grotere organisaties staan sterker in deze markt. Ze kunnen meer perspectief bieden, investeren in opleiding en trekken medewerkers die bij een kleiner bedrijf minder doorgroeimogelijkheden zien. Een overname is daarmee ook een manier om het personeelsbestand in één stap uit te breiden, iets wat in de huidige arbeidsmarkt jarenlang organisch zou duren.

DSC05953 Pjotr 2 (2)
Pjotr van Deursen
Sectorspecialist Bouw & Vastgoed

Drie strategische routes voor ondernemers in de GWW 

Al deze krachten samen leiden tot een concrete strategische vraag. Welke positie wilt u over vijf jaar innemen en wat vraagt die positie van u nu? Er zijn drie routes, elk met een eigen logica. 
 

1. Zelfstandig groeien 

Wie zelfstandig wil blijven, bouwt verder aan de eigen organisatie: meer personeel, een nieuwe vestiging, een breder dienstenpakket. Dit pad geeft maximale autonomie en is voor veel ondernemers de meest vertrouwde route. De keerzijde is dat groei organisch langzamer gaat en dat alle investeringen in materieel, aanbestedingscapaciteit en personeel volledig op eigen kracht moeten worden gedragen. In een markt waar de drempels voor aanbestedingen stijgen en de kosten voor emissieloos materieel oplopen, wordt dat een steeds zwaarder gevecht. 

 

2. Groeien door overnames 

Een overname biedt wat organische groei niet kan: snelheid. Een klantenportefeuille overnemen, een nieuw werkgebied betreden, specifieke expertise of een sterk personeelsbestand toevoegen. Voor GWW-bedrijven die willen opschalen om mee te doen in grotere aanbestedingstrajecten of raamovereenkomsten, is dit een logische stap. 

Wat ik in de praktijk zie, is dat de uitdaging zelden zit in de wil om te groeien. De GWW-markt is overzichtelijk genoeg om partijen persoonlijk te kennen, maar ondoorzichtig genoeg dat veel potentiële targets nooit actief te koop zijn. Dat vraagt om een netwerk en om het geduld om gesprekken te voeren voordat er sprake is van een concrete transactie. Een adviseur met sectorkennis helpt daarbij, maar ook bij het structureren van de transactie en eventuele financiering en het bewaken van uw belangen door het hele proces. 

 

3. Een (gedeeltelijke) verkoop of participatie

Dit is de route die ondernemers soms te laat overwegen. Een verkoop hoeft geen afscheid te betekenen. Een strategische koper brengt schaal, netwerk en synergiën mee die de onderneming verder kunnen brengen dan zelfstandig mogelijk is. Een private equity-investeerder kan financiële zekerheid bieden aan de zittende aandeelhouder, terwijl het managementteam de dagelijkse leiding houdt. Ook biedt dit kansen voor een gedeeltelijke overdracht naar de volgende generatie, eventueel in combinatie met private equity. En een gedeeltelijke transactie maakt het mogelijk om een deel van de opgebouwde waarde te verzilveren zonder de continuïteit van het bedrijf of het personeel in gevaar te brengen. 

Bedrijfsoverdracht doe je maar één keer. De keuze voor de juiste route en het juiste moment bepaalt in grote mate het resultaat.

Wat is uw volgende stap?

De consolidatiegolf in de GWW biedt kansen, maar vraagt ook dat u tijdig nadenkt over welke positie u over een aantal jaar wilt innemen. Wij spreken dagelijks met ondernemers die deze afweging maken en kennen de markt van binnenuit: als adviseur bij meer dan tien transacties in infra en GWW in de afgelopen jaren en honderd deals in de bredere bouw- en infrasector. 

 

 

Over de auteur
Pjotr van Deursen is Director bij Rembrandt M&A en specialist in de bouw- en vastgoedsector. Hij begeleidde onder meer de overname van HT Infra aan JARO Group en de management buy-out bij Bouwbedrijf Gelens. Vanuit zijn kennis van de GWW-markt combineert hij sectorinzicht met persoonlijke begeleiding van ondernemers die nadenken over groei of overdracht. “Zeker in de bouw- en vastgoedsector met veel M&A-activiteit vind ik het mooi en inspirerend om ondernemers bij te staan en te begeleiden bij deze belangrijke trajecten voor de toekomst van de ondernemer en onderneming.”